NL Capítulo 4 ES
Traducción Neerlandesa La traducción Neerlandesa
traducido palabra por palabra para entender
el Neerlandés como una lengua apredida.
Traducción de la traducción Neerlandesa, traducido en el español grammaticalmente correcto.
Hoofdstuk 4
vers 1-9
De parabel van de zaaier. (Matth. 13:1-9; Luk. 8:4-8)  NL -
 ES
  Capítulo 4
versículo 1-9
La parábola del sembrador. (Mt. 13,1-9; Lc. 8,4-8)
1a En opnieuw begon Hij bij het meer te onderwijzen. ... 1 En opnieuw begon Hij bij het meer te onderwijzen.   1a Y otra vez comenzó a enseñar junto al mar, ...
  Y otra vez comenzó Él junto al mar para enseñar,
1b
... En er verzamelde zich een menigte bij Hem, zoveel dat Hij in een schip ...
   En er verzamelde zich een menigte bij Hem, zoveel dat Hij in een schip
1b
... y se reunió a Él una multitud, tanto, que entrandose Él en una barca, ...
y [allí] reunió se una multitud a Él, tanto, que Él en una barca
1c ... op het meer ging zitten, en heel de menigte was op het land aan de zee.    op het meer ging zitten, en heel de menigte was op het land aan de zee.   1c ...se sentó en el mar, y toda la multitud estaba en tierra junto al mar.
sobre el mar fue sentar, y toda la multitud estaba sobre la tierra al mar.
2a En Hij leerde hen veel [dingen] door parabels 2a ... 2 En Hij leerde hen veel [dingen] door parabels 2a   2a Y les enseñaba muchas [cosas] en parábolas, 2a ...
  Y Él enseñaba les muchas [cosas] por parábolas,
2b
... en Hij zei in Zijn onderricht tegen hen: ...
   en Hij zei in Zijn onderricht tegen hen:  
2b
... y les decía en Su doctrina:
y Él decía en Su doctrina a ellos
  les
3 "Luister! Zie, een zaaier ging uit om te zaaien. 3 3 "Luister! Zie, een zaaier ging uit om te zaaien. 3   3 "¡Oíd! He aquí, el sembrador salió a sembrar; 3
  "¡Oígan! He aquí, un sembrador salió <—— [para] a sembrar;
4a En het gebeurde bij het zaaien dat een deel viel bij de weg; ... 4 En het gebeurde bij het zaaien dat een deel viel bij de weg 4a Y aconteció que al sembrar, una parte cayó junto al camino; ...
  Y [lo] aconteció con el sembrar, que una parte cayó junto al camino;
4b
... en de volgels uit de lucht kwamen en aten het op. 4b
   en de vogels uit de lucht kwamen en aten het op. 4b  
4b
... y vinieron las aves del cielo y la devoraron. 4b
y las aves desde el cielo vinieron y comieron la [totalmente].
5a Een ander deel viel op steenachtige grond, waar het niet veel aarde had, ... 5 Een ander deel viel op steenachtige grond, waar het niet veel aarde had, 5a Otra parte cayó en pedregales, donde no tenia mucha tierra; ...
  Una otra parte cayó sobre pedregosa tierra, donde [la] no mucho tierra tenía;
5b
... en het shoot metteen op, doordat het geen diepte van aarde had.
   en het schoot metteen op, doordat het geen diepte van aarde had.  
5b
... y brotó luego, porque no tenía profundidad de tierra.
y [la] brotó luego <——, porque [la] no profundidad de tierra tenía.
6a Maar toen de zon opgekomen was, verschoeide het, en doordat het ... 6 Maar toen de zon opgekomen was, verschoeide het, en doordat het   6a Mas salido el sol, se quemó; y porque ...
  Mas cuando el sol salido fue, quemó se; y porque [la]
6b
... geen wortel had, verdorde het. 5-6
   geen wortel had, verdorde het. 5-6  
6b
... no tenía raíz, se secó.
5-6
no raíz tenía, secó se.
7a En een ander [deel] viel in de dorens; en de dorens groeiden op ... 7 En een ander [deel] viel in de dorens; en de dorens groeiden op   7a Y otra [parte] cayó entre espinos; y los espinos crecieron ...
  Y una otra [parte] cayó en los espinos; y los espinos crecieron grande
7b
... en verstikten het, en het gaf geen vrucht. 7b
   en verstikten het, en het gaf geen vrucht. 7b  
7b
... y la ahogaron, y no dio fruto. 7b
y ahoganron la, y [la] dio no fruto.
8a Maar een ander [deel] viel in goede aarde en gaf vrucht; 8a het ... 8 Maar een ander [deel] viel in de goede aarde en gaf vrucht; 8a het   8a Y otra [parte] cayó en buena tierra; y dio fruto, 8a...
  Mas una otra [parte] cayó en la buena tierra, y dio fruto, [la]
8b
... kwam op en groeide, in dertigvoud, en in zestigvoud, ...
   kwam op en groeide, in dertigvoud, en in zestigvoud,  
8b
... [pues] brotó y creció en múltiplo de treinta, de sesenta, ...
brotó <——, y creció en múltiplo de treinta, y en múltiplo de sesenta,
8c
... en honderdvoudig. 8b
   en honderdvoudig. 8b  
8c
... y de cien. 8b
y múltiplo de cien.
9 En Hij zei tegen hen: Wie oren heeft om te horen, laat hij horen. 9 En Hij zei tegen hen: Wie oren heeft om te horen, laat hij horen.   9 Y les dijo: El que tiene oídos para oír, oiga.
  Y Él dijo a ellos: Quién oídos tiene para [a] oír, deje él oír.


   
  Voetnoot vers 1:

De menigte bestond uit discipelen, de twaalf joodse discipelen en vele andere discipelen, joodse nieuwsgierigen uit Judea en Galilea, hieronder vielen ook farizeeën en Saduceeën, groepen die in het Sanhedrin vertegenwoordigd waren. In Mattheüs 4:25 lezen we dat er ook mensen uit Decapolis en andere regio's aan de andere kant van de Jordaan op Jezus afkwamen. We weten dat deze Aramees sprekende bevolking, het Aramese dialect van Galilea en Judea vrij makelijk konden verstaan.
      nota versículo 1:

La multitude exitía de discipulos, los doce discipulos judios y otros discipulos, interesados judios de Judea y Galilea, de cual también estaban Fariseos y Saduceos, grupos que fueron representados en el Sanhedrin. En Mateo 4:25 leemos que vinieron también gente de Decaplis y otros regios del otro lado de Jordan a Jesús. Sabemos que estos inhabitantes hablaban Arameo, y podrían entender facilmente los dialectos Arameos de Galilea y Judea.
 
     

   
  Voetnoot vers 2:

Bijna een derde van de onderwijzingen van Jezus is in de vorm van parabels. Een parabel (een langzij uitgeworpen verhaal) is een kort verhaal verteld op een analogische wijze om een geestelijke waarheid te illustreren. Er zijn theologen die het verschil tussen gelijkenissen en parabels hebben uitgedrukt in dat een parabel een lange gelijkenis is. Ook is een parabel geen alegorie.

Bij het interpreteren van parabels moet men waken voor het al te snel invullen van de details van de alagorie. Men moet primair bij het centrale punt blijven, dat is het intreden van Koninkrijk en het oordeel van God dat Jezus kwam aankondigen over de natie. Wanneer mensen deze verhaallijn van Christus' leven en dat van zijn apostelen verdoezelen, is de weg tot speculatie en uit zijn verband gerukte betekenissen open, hieraan hebben zowel kerktradities als organisaties met politieke doelen hun uiterste best gedaan.
Toch, toont Jezus eigen interpretatie (verzen 13-20; Matth. 13:18-23; Luc. 8:11-15) dat de details van de parabel zijn symbolische betekenis en aplicatie hebben op het verdere verloop van het leven van Hem en Zijn discipelen en de vragen die dit zou oproepen. Het vaststellen van het belang van parabels kan soms moeilijk zijn, en vrijwel onmogelijk voor hen die de historische lijn van het leven van Christus en Zijn discipelen negeren om wille van hun (dispensationalistische) kerktraditie. Een correcte zoektocht bestaat uit de toepassing van 1) De historische verhaallijn van het leven van Jezus en Zijn discipelen. 2) hermeneutische (uitlegkundige) en grammaticale regels en 3) het consistent blijven met het oorspronkelijke doel en boodschap van de parabool. Bij eventuele verdere uitwerking naar secundaire punten van applicatie, kan men gebruikmaken van de hele openbaring van de Schrift om de interpretatie te leiden.
      nota versículo 2:

Cerca de un tercio de las enseñanzas de Jesús está en forma de parábolas. Una parábola es un relato breve contado como una analogía para illustrar una verdad espíritual. Hay teologos que expresan la diferencia entre comparaciones y parábolas como que el parábola es un largo comparación. Tampoco la parábola es un alegorización.

Cuando se interpretan las paróbolas se deben tener guidado de llenar los detalles de la alegorazación con demasiado rapidez. Se debe enfatizar primeramente el punto central, que es la entrada del Reino y el juicio que Jesús venía a declarar sobre la nación. Cuando uno difuma la ligna de la historia de la vida de Cristo y de Sus apostolos, se abre la vía para esculación y significaciones fuera de su contexto, a este proposito se han esforzado extremadamente ambos traditiones de algunas iglesias y organisaciones con propósitos políticas.
Sin embargo, la propia interpretación de Jesús (vv. 13-20; Mateo 13:18-23; Lc. 8:11-15) demuestra que los elementos de una parábola de hecho poseen importancia simbólica e aplicación al desarollo de las vidas de Él y Sus discipulos y a las preguntas que llamaría. Determinar la importancia de los parabolas puede resultar dificil y casí imposible para los que negan la liña historica de la vida de Cristo y Sus discipulos por sus tradiciones de sus iglesias (dispensacionalistas). Una búsqueda correcta existe de la aplicación de 1) La ligna historica de la desarrollo de la vida de Jesús y Sus discípulos. 2) Las principios hermeneuticas, y gramaticales, 3) apegándose a su proósito y mensaje originales. Cuando alguien querría moverse hacia aspectos de aplicación secundaria, se puede usar la revelación total de las Escrituras como guía para la interpretación.
 
     

   
  Voetnoot vers 3:

Een zaaier ging uit om te zaaien... Merk op dat het Woord dat hier gezaaid wordt het Woord is van Jezus en Zijn directe discipelen. Het is niet het evangelie van de vergeving van zonde, hoe essentieel ook, maar het Evangelie van het Koningschap van God. Jezus geloofde in vergeving, en de kracht daarvan (bijv. Mark 2:1-12), maar hier spreekt Hij er in geen enkele zin over. Zie vers 11. Ik zeg dus dat het Evangelie van vergeving prediken niet het voledige evangelie prediken is, en dat dit de reden is waarom de verschillende christelijke gemeenten, tot heden nog niet het door God gewenste totale resultaat hebben van de prediking van het voledige Evangelie van het Koninkrijk!

Er zijn 8 grote parabels van het Koninkrijk, beter vertaald met koningschap van God. Deze parabel is een daarvan. Het belangrijkste punt uit deze parabel is dat het evangelie van het Koningschap verschillende niveaus van effectiviteit heeft in het hart van zijn toehoorders.
      nota versículor 3:

El sembrador salió a sembrar... Nota que la Palabra que es sembrada aquí es la Palabra de Jesús y Sus discipulos directos. No es el Evangelio de perdón de pecados, cual esencial sea, mas se trate aquí del Evangelio del Reino de Dios. Jesús creía en el perdón, y en la fuerza de la misma (por ejemplo Marcos 2:1-12), mas aquí Él no dice ninguna phrase sobre esta tema. Vea versículo 11. Lo que estamos escribiendo es que predicar el evangelio del perdón no es predicar el evangelio completo, y esto mismo es la razón por cual las diferentes congregaciones cristianas hasta hoy no tienen el resultado conveniente de predicar el completo evangelio del Reino!

Hay 8 grandes parabolas del Reino, mejor traducido con realeza de Dios. Esta parabola es una de esto. El punto más importante de este parabola es que el evangelio del Realeza tiene diferentes nivelles de efectividad en el corazón de sus oyentes.
 
     

   
  Voetnoot vers 4:

Het Woord van het Koningschap van God is bij een deel van de joden, de toehoorders van Jezus bediening, doch niet bij allen weggerooft geweest door satan en zijn boze geesten (zie vers 4, 15).

Merk op dat satan hier het zaad, dat staat voor het Woord, wegrooft. In Mattheüs 13:24-30, 36-43, is het satan die slecht zaad (de zonen van de boze) zaait.
      nota versículo 4:

El Palabra de la Realeza de Dios es robado por satanás y sus espíritus inmundos de un parte de los judios, que fueron los oyentes del ministerio de Jesús. Aunque no ha sido robado de todos aquellos (vea versículo 4, 15).

Nota que aquí satanás roba o quita la semilla que significa la Palabra, mas que en Mateo 13:24-30, 36-43, es satanás que sembra cizaña que significa los hijos del malo.
 
     

   
  Voetnoot vers 5-6:

Een ander deel van de joden, nam het Woord van het Koningschap van God met blijdschap aan doch het was op steenachtige grond en verdorde omdat het geen diepte had. Toen er later "verdrukking of vervolging" ontstond vielen zij af, en namen aanstoot! (zie vers 5-6, 16-17).

Het niet nemen van aanstoot, is de meest belangrijke boodschap die we aan ieder christen zouden moeten geven na ze de basis christelijke leer te hebben onderwezen! Aan mij nu de taak om niet te veel woorden te gebruiken maar toch achter een aantal van die aanstoten aan te gaan, die problemen geven vandaag de dag. Want alle christenen die langer christen zijn, zullen in hun christelijk leven te maken krijgen met aanstoot. Er zijn verschillende gevallen waarin iemand aanstoot zou kunnen nemen.

Ten eerste is het Jezus die spreekt over het gemak van het nemen van aanstoot wanneer de dingen niet goed aflopen. En het christelijk leven denkt men dat God ons voorspoedig maakt, want wij zijn zijn kinderen. Zijn liefde leidt ons dus zouden wij wel voorspoedig moeten zijn. Maar er is een doop in vuur en een doop in lijden. Het vuur komt wanneer wij fout hebben gehandeld, wanneer wij ongehoorzaamheid hebben en als consequentie lijden wij. De doop in het lijden is hetgeen wat hier behandeld wordt, dit overkomt ons omdat wij goed doen. Dit is het snoeien dat Hij doet zodat wij meer vrucht dragen. Enkelen kunnen dit niet accepteren en vertrekken. Dit gebeurde en de tijden van Jezus en Zijn discipelen, het het gebeurt vandaag de dag. Het is eenvoudig weg deel van de ervaringen van christenen.

Hier wil ik echter ook wijzen op dat er velen zijn die voor jaren moeilijkheden hebben, omdat zij ooit wandelden met een juiste leer (doch afwijkend van wat de een of andere hoofdstroom gelooft), maar een man of vrouw nadat zij juiste doctrine gaven iets onjuist deden, verklaren ze nu van alles en nog wat, wat aan die tijd en persoon herinnerde fout te zijn. En nu bevecht men de juiste leer want die persoon, waar zij aanstoot aannamen onderwees dit ook! Ik heb enkele tientallen personen in deze valstrik van de duivel gevonden in mijn leven.
Een andere vorm die ik heb gezien is dat men bijvoorbeeld fout onderwijs heeft gehad, waardoor men reageert met aanstoot op de juiste leer. We kunnen dan zeggen dat, omdat zij de valse leer 1000 keer hoorden, deze eerder zullen geloven dan de juiste, die zij slechts één keer hoorden. Zij zijn vechters voor de verkeerde leer zonder te beseffen dat ze God en de juiste leer bevechten.
Wij moeten ons hart trainen om aan niemand aanstoot te nemen! Dit zal de manier zijn, hoe wij kunnen voortgaan van niveau in niveau en ons christelijk leven.
Tevens wil ik de weg aangeven hoe er mee om te gaan, in een situatie als eerder genoemd, dat iemand naar zijn gevoel de verkeerde leer onderwijst, wat voor hem aanstoot gevend is. Dit zal men grotendeels oplossen door nu zelf de leer te kunnen samenvatten, die zij als gevaarlijk beschouwen, op een juiste wijze waarbij de ander kan erkennen te geloven dat wat zijn tegenstander nu juist samenvat. Totdat iemand dit kan doen, kan die zich niet inleven in die ander, en is er nog altijd aanstoot in het hart van die persoon.
We zien deze laatste vorm van aanstoot ook vaak als gevolg van nationale en internationale propaganda over zaken in het heden en verleden. De media speelt hier een kwalijke rol in, en de rijken der aarde weten hierin vaak haat en oorlogslust en de wapenindustrie goed te praten. Christenen horen hier geen deel aan te hebben, doch vredestichters te zijn (Mt. 5:9).
      nota versículo 5-6:

Una otra parte de los judios, acceptaba la Palabra de la Realeza de Dios con gozo, aunque esto fue sembrado en la terra pedrestral y secaba porque no tenía profundidad. ¡Cuando surgió "después tribulación ó aflicción" renegaban, y tomaban ofensa! (vea versículo 5-6, 16-17).

El no tomar ofensa es el más importante mensaje que se pueden dar a cualquier cristiana después de haberles dado la enseñanza básica biblica. A mi el tarea de no usar demasiado palabras para ir detras de algunas de estas ofensas que causan problemas hoy en día. Porque todos los cristianos que por más tiempo lo son, tendrán que ver con ofensa en sus vidas cristianas. Hay diferentes casos en cual alquien podría tomar ofensa.

Primeramente es Jesús que habla del facilidad de tomar ofensa cuando las cosas no salgan bien. En la vida cristiana la gente piensen que Dios hace prosperarnos, porque somos sus hijos. Su amor nos guia entonces deberíamos prosperar. Mas, que hay un bautismo en fuego, y un bautismo en sufrimiento. El fuego viene por que nosotros hicimos mal, tenemos desobedencia y por consequencia sufrimos. El bautismo en sufrimiento es lo que está tratado aquí, este nos pasa porque estamos haciendo bien. Esto es el despampanar que el hace para que llevamos más fruto. Unas personas no pueden acceptar esto y salen. Lo ocurría en los tiempos de Jesús y sus discipulos, lo ocurre hoy en día. Y es simplemente parte de los expirimientos cristianos.

También quiero apuntar aquí que hay muchos que por años tienen dificultades, respondiendo mal a buena doctrina (aunque diferente de lo que cree el uno o otro corriente principal), solo porque un hombre o una mujer después de dar buena doctrina, hizó algo no tan bueno. Y por eso ahora declaren que todo y más está mal de lo que recuerda a este tiempo o persona. ¡Y ademas ahora pelean la recta enseñanza porque este persona, de cual ellos tomaron ofensa también lo enseñaba! He encontrado decenas de estas personas en mi vida en esta trampa del satanás.
Un otra forma que he visto es que por ejemplo se ha hecho falsa enseñanza por cual respondan con ofensa a la enseñanza correcta. Podríamos decir que se crean más fácil en la enseñanza falsa que escuchaban 1000 veces que la correcta que escuchaban una sola vez. Y son peleadores por la enseñanza falsa sin que darse cuenta que se están peleando a Dios y la recta enseñanza.
¡Necesitamos entrenar nuestro corazón de no tomar ofensa a nadie! Esta sea la manera, como podemos progressar de nivel en nivel en nuestra vida cristiana.
También quiero apuntar la via, como manejar la situation que antes nombraba, que una persona sienta que alguien enseña la doctrina incorrecta, que es ofensivo para sí. Esto se arregla por sumerar, ellos mismo, la enseñanza el cual consideran peligroso, en la forma correcta en cual la otra persona podría reconocer de creer lo que su opponenta ahora sumera. Hasta que alguien puede hacer esto, no se puede identificarse con la otra persona, y continue la ofensa en el corazón del otra persona.
Vemos esta última forma de ofensa también mucho de consequencía de propaganda nacional y internacional sobre cosas del presente y pasado. La media juega un papel desagradable en esto, y los ricos del mundo saban muchas veces en esto justificar odío, guerras, y la industría de armas. Christianos no deberían tener parte en esto, mas ser pacificadores (Mt. 5:9)
 
     

   
  Voetnoot vers 7:

"En een ander [deel] viel in de dorens; ..." Dit zijn hen die door de rijkdom en drukte van het leven ingenomen worden en hierdoor de stem van God niet meer kunnen horen en daarom uiteindelijk geen vrucht dragen. Merk op dat dit ook de religieuzen kunnen zijn, die door de verkeerde prioriteiten de stem van God niet meer kunnen horen. (zie vers 7, 18-19).
      nota versículo 7:

"Y otra [parte] cayó entre espinos; ..." Estos son aquellos que son ocupados por las riquezas y preocupaciones de la vida y por eso no puedan más escuchar la voz de Dios y a consequencia al fin no puedan dar fruta. Nota que esto también podrían ser religiosas, que por prioridades equivocadas no más pueden escuchar la voz de Dios. (vease versículo 7, 18-19).
 
     

   
  Voetnoot vers 8:

Een ander deel van de joden, nam het Woord van het Koningschap van God aan en droeg vrucht, dit zijn 11 volhardende discipelen en zij die bij de doctrine van de apostelen bleven, in gemeenschap met de heiligen, in het breken van het brood en in de gebeden. Al waren er verschillende niveau's van vrucht. Zij droegen vrucht! (zie vers 8, 20).
      nota versículo 8:

Una otra parte de los judios, acceptaba la Palabra de la Realeza de Dios y llevaba fruta, estos son los 11 discipulos perserverantes y los que quedaban con la doctrina de los apostoles, y en la comunión con los santos, en la partimiento del pan y en las oraciones. Aunque fueran diferentes niveles de fruta. LLevaban fruta! (vease versículo 8, 20).
 
     

   
  Voetnoot vers 8b:

De vrucht is "in dertigvoud, en in zestigvoud, en honderdvoudig." Dit is een van de vele dingen die men in de bijbel vindt in drievoud. Zo vindt men ook:
      nota versículo 8b:

La fruta es "en múltiplo de treinta, de sesenta, y de cien." Esto es uno de las muchos cosas que son en triple en la Biblia. También se encuentra
 
 1) De voorhof2) Het heilige3) Het heilige der heilige,      1) El atrio2) Lugar Santo3) Lugar Santísimo  
 1) Jezus (de Redder)2) Christus (de Gezalfde)3) De Heer (JaHuWeH)      1) Jesús (el Salvador)2) Cristo (El Úngido)3) El Señor (YaHuWeH)  
 1) Pasen2) Pinksteren3) Loofhutten,      1) Pascua2) Pentecostés3) la fiesta de los tabernáculos  
 1) zuigelingen2) jongelingen3) volwassenen,      1) los niños de pecho2) jóvenes3) adultos  
 1) gelooft en gedoopt in water 2) vervult met de Geest3) vervult met de volheid van de Geest      1) cree y es baptisado en agua 2) llenado con el Espíritu3) llenado con el plenitud del Espíritu  
 1) wedergeboorte2) doop met de Heilige Geest3) doop in lijden      1) renacimiento2) bautismo en el Espíritu Santo3) bautismo en sufrimiento  
 Zij die in maximaal tot dertigvoud vrucht kunnen dragen zijn zij die geloven en gedoopt zijn in water. Zij die tot zestigvoudig vrucht kunnen dragen zijn zij die vervult zijn met de Geest, zij die tot honderdvoudig vrucht kunnen dragen zij zij die vervult zijn met de volheid van de Geest. (zie vers 8b, 20). Dat wil niet zeggen dat de schrijver van deze voetnoot meent al tot 100 voudig vrucht te dragen, alstublieft zeg, ... Slechts staat hier dat iemand die weet dat er meer is dan het Pinksterfeest de potentie heeft om tot 100 voudig vrucht te dragen, dit geeft verantwoordelijkheid!
Bij deze notitie is gebruik gemaakt van Dr. Kelley Varner, Prevail, a handbook for the overcomer (Shippensburg, PA, VS, Destiny Image Publishers, 1982)
     Aquellos que maximalmente pueden llevar fruto hasta multiplo de treinta son los que creen y son bautisados en agua. Aquellos que maximalmente pueden llevar fruto hasta multiplo de sesenta son los que son llenados con el Espíritu, aquellos que maximalmente pueden llevar fruto hasta multiplo de cien son los que son llenados con el plenitud del Espíritu. (vease versículo 8b, 20). Esto no quiere decir que el escritor de este nota intenta decir que ya lleva fruto hasta multiplo de cien, por favor, ... Solo quiere decir que alquién que sabe que hay más que la fiesta de Pentecostés tiene el potencial para llevar fruto hasta multiplo de cien, este da responsabilidad.
Se han usado el proximo libro de hacer este nota: Dr. Kelley Varner, Prevail, a handbook for the overcomer (Shippensburg, PA, EEUU, Destiny Image Publishers, 1982)
 
     

Hoofdstuk 4
vers 10-12
Het waarom van de Parabels. (Matth. 13:10-17; Luc. 8:9-10)  NL -
 ES
  Capítulo 4
versículo 10-12
El porqué de las parábolas. (Mt 13,10-17; Lc 8,9-10)
10a Maar toen Hij alleen was, ... 10 Maar toen Hij alleen was,   10a Pero cuando estuvo solo, ...
  Pero cuando Él solo estuvo,
10b
... vroegen zij die om Hem heen waren, ...
   vroegen zij die om Hem heen waren, met de twaalf, Hem  
10b
... los que estaban alrededor de Él con los doce Le preguntaron ...
preguntaron los que alrededor de Él <—— estaban con los doce, Le
10c
... naar de parabel
   naar de parabel.  
10c
... sobre la parábola.
sobre la parábola.
11a En Hij zei tegen hen: Aan u [m.v.] is het gegeven ... 11 En Hij zei tegen hen: Aan u [m.v.] is het gegeven   11a Y les dijo: A vosotros os es dado ...
  Y Él dijo a ellos: A ustedes es [lo] dado
    les:
11b
... het geheimenis van het koningschap van God 11b te kennen ...
   het geheimenis van het koningschap van God 11b te kennen  
11b
... saber el misterio de la realeza de Dios; 11b ...
el misterio de la realeza de Dios [para] saber
11c
... maar tot degenen die buiten [zijn], gebeurt alles in parabels;
   maar tot degenen die buiten [zijn], gebeurt alles in parabels;  
11c
... mas a los que [están] fuera, todo ocurre por parábolas;
mas a los que fuera [están] ocurre todo en parábolas;
12a Opdat zij ziende zien en niet doorzien, en horende horen en niet begrijpen; ... 12 opdat zij ziende zien en niet doorzien, en horende horen en niet begrijpen; 12a para que viendo, vean y no perciban; y oyendo, oigan y no entiendan; ...
  para que ellos viendo, vean y no perciban; y oyendo, oigan y no entiendan;
12b
... opdat zij zich niet op enig moment bekeren ...
   opdat zij zich niet op enig moment bekeren  
12b
... para que no se conviertan a un cierto momento, ...
para que ellos se no a cierto momento conviertan,
12c
... en hun de zonden vergeven worden. 12c
   en hun de zonden vergeven worden. 12c  
12c
... y les sean perdonados los pecados. 12c
y les los pecados perdonados sean.

   
  Voetnoot vers 11:

Er zijn 8 grote parabels van het Koninkrijk, beter vertaald met koningschap van God. Deze parabel van de verzen 3-9 en de uitleg in de verzen 13-20 is een daarvan. Het belangrijkste punt uit deze parabel is dat het evangelie van het Koningschap verschillende niveaus van effectiviteit heeft in het hart van de zijn toehoorders. In de tijd waarin Jezus leefde, zo'n 2000 jaar geleden, verwachtten de joden een koningschap van God, waarbij de erfgenaam van David, voor 1000 jaar zou regeren (2 Sam. 7:12-13, 16; Jes. 9:6-7; 16:5; 33:22; Luk. 1:32; Jes. 65:17-25; Openb. 20). Dat jaartal 1000 was figuurlijk bedoelt en het betekende een hele lange periode zie ook dit deel van ons artikel over het Koninkrijk van God.

In deze parabel wordt al uitgelegd dat het Woord van God lang niet bij al de Joden effect zou hebben en dat lang niet allen trouwe discipelen van Jezus Christus en vrienden van zijn apostelen zouden worden. En waarom dit zou gebeuren.

Zo'n regering zou dan tot stand moeten komen voor het jaar 33 na Chr. Dit omdat de 70 jaarweken in dat jaar afgelopen zou zijn. Wat nog bleef is ook een hoop profetie over een vreselijke vorst die komen zou en een oordeel zou brengen. Waar ook in het boek Daniël over geschreven is (Daniel 12:1-13, Daniel 9:27b). Echter dit werd misschien ook wel weggeredeneerd, denk aan hoe het ging tijdens de vernietiging van Judea en Jeruzalem door het Babylonische rijk. Want vele profeten profeteerden, inclusief Jesaja en Jeremia over de destructie, maar zij wensten dergelijke gedachten aan oordeel weg te redeneren! (Jer. 6:12-19) Het centrale punt is dus dat beide profetiën dus vervuld zijn. Het Koninkrijk of koningschap van Christus is nu, beter gezegd vanaf de Hemelvaart, dat is dus vanaf 30 na Chr. tot en met de wederkomst, wanneer het koningschap overgegeven zal worden aan de Vader (1 Corinthe 15:24-28). De vervullingen over de destructie van Judea en Jeruzalem hebben zich ook vervuld in de jaren 68 tot 70 na Chr. De dood van Stefanus, gestenigd voor zijn getuigenis tegen een Christus afwijzend volk, in het jaar 33, wordt opgevolg door Petrus die naar de heidenen gaat! Daarmee zijn in dat jaar de tijden van de joden als apart volk van God vervuld. Het joodse volk wees Christus daarna blijvend af met geweld. Dit met overlevering van de volgelingen van Christus aan de Romeinen met de dood van velen tot gevolg (Matth 23:34-39). Echter het oordeel over het volk bleef nog uit, dat wil zeggen de tijd van genade over het volk wat Christus afwees, duurde nog voort tot het jaar 68-70 na Chr. Toen is Judea en Jeruzalem opnieuw veroverd en gruwelijk bestraft voor hun opstand tegen de Romeinen. De leiders van het volk hadden hun koninkrijk met hun godsdienst gebouwd zonder Christus, het heeft hen in 68-70 na Christus hun oordeel gegeven. En dit heeft getoont dat de Christenen met een hemels Koninkrijk, een geestelijk koninkrijk en een altoos durend koninkrijk voor alle volken, doch in Christus gelijk hadden over de joden, die zo'n koninkrijk zonder Christus nastreefden.
      nota versículor 11:

Hay 8 grandes parabolas del Reino, mejor traducido con realeza de Dios. Esta parabola versiculo 3-9 con la explicacion in versiculos 13-20 es una de estos. El punto más importante de este parabola es que el evangelio del Realeza tiene diferentes nivelles de efectividad en el corazón de sus oyentes. En el tiempo en cual vivó Jesus, casi 2000 años pasado, esperaban los judíos una realeza de Dios en cual el heredero de David reinería por 1000 años (2 Sam. 7:12-13, 16; Is. 9:6-7; 16:5; 33:22; Lc. 1:32; Is. 65:17-25; Ap. 20:1-6). Este cuantidad de años fue intentado figurativo y significaba un periodo muy largo. Lee también este parte del nuestro articulo en Neerlandés sobre el Reino de Dios.

En este parabola se explica que la palabra de Dios no tendrá efecto a todos los judios, y que tampoco todos serían discipulos fieles de Jesucristo y amigos de sus apostolos. Y explica porque este ocurrirá.

Un gobierno así debería ser establecido antes del año 33 después de Cristo. Esto porque las setenta semanas sean terminadas en este año. Que aun quedaba es mucho profecía de un principe terrible que aun debería llegar y traer juicio. Que se han escrito también en el libro de Daniel (Daniel 12:1-13, Daniel 9:27b). Aunque este fue también eliminado en los pensamientos, recuerda como estaba desde la destrucción de Juda y Jerusalem por la empero Babylonica. Profetizaban muchos profetas incluyendo Isaías y Jeremías sobre la destruction, mas ellos quisieron eliminar pensamientos de juicio! (Jer. 6:12-19) El punto central es que ambos profetias de Jesús son cumplidos! El Reino o la Realeza de Cristo es ahora, mejor dicho empezó desde la ascensión, que es desde 30 d. C. hasta la Suganda Venida, cuando el Reino será dado al Padre (1 Corintios 15:24-28). La cumplimiento de la destrucción de Judea y Jerusalén también se ha sido cumplido en los años 68 hasta 70 d. C. ¡La muerte de Stefano, apedreado por su testimonio contra el pueblo judió, que rechazo el Cristo, en el año 33, fue seguido al Espíritu Santo que envió Pedro a Cornelio, un gentile! El pueblo judió rechazó a Cristo con persistencia y violencia. Esto también cuando los siguidores de Cristo fueron entregado a los romanos a muerte (Mateo 23:34-39). Sin embargo, el juicio sobre este pueblo aún no llegaba, este quiere decir el tiempo de gracia sobre el pueblo que rechazaba a Cristo aún duraba hasta el año de 68-70 d.C., cuando Judea y Jerusalén fueron conquistado y severamente castigado para su insurrección contra los Romanos. Los líderes del pueblo judío tenían edificado su Reino con su religión sin Cristo, aquello los ha dado un juicio en 68-70 d. C. Y esto ha muestrado que los cristianos con un Reino del cielo, un Reino espíritual y un Reino permenente para todas las naciones, sin embargo en Cristo, tenían razón sobre las judíos, que buscaban a un Reino sin Cristo.
 
     

   
  Voetnoot vers 12:

Vanaf het begin van Jezus' zijn bediening zocht hij de gecontroleerde confrontatie met het leiderschap van de joodse natie. Dit was het politieke en religieuze leiderschap van zijn dag. Hij wist dat zij hun oordeel moesten ontvangen. En Hij wilde zekerstellen dat zij zich NIET zouden bekeren, doch het lukte Hem niet om alle kansen voor hen verborgen te houden, al trachtte Hij dit zo nu en dan wel!
Hij kende de schriften en wist die wel juist te interpreteren:

"Allen die Hem hoorden, stonden versteld van Zijn verstand en antwoorden." (Lucas 2:47, uit de Herziene Statenvertaling.)

"Bij U, Heere, is de gerechtigheid, maar bij ons de schaamte op het gezicht — zo is het heden ten dage bij de mannen van JUDA, bij de inwoners van JERUZALEM en bij HEEL ISRAËL, [bij hen] die dichtbij zijn en die ver weg zijn, ..." (Daniël 9:7a, uit de Herziene Statenvertaling.)

"Heere, laten toch Uw toorn en Uw grimmigheid zich afwenden van Uw stad JERUZALEM, Uw heilige berg, op grond van al Uw gerechtigheden, want om onze [Daniël en zijn volk] zonden en om de ongerechtigheden van onze vaderen zijn JERUZALEM en Uw volk [ISRAËL] tot smaad geworden voor allen die ons omringen." (Daniël 9:16, uit de Herziene Statenvertaling, met aanpassing van de schrijver van deze voetnoot.)

"Zeventig weken zijn er bepaald over uw volk [Daniëls volk] en uw heilige stad[Daniëls heilige stad, JERUZALEM]" (Daniël 9:24a, uit de Herziene Statenvertaling, met aanpassing van de schrijver van deze voetnoot.)

"Een volk van een vorst , [een volk] dat komen zal [Rome], zal de stad [JERUZALEM] en het heiligdom [de herbouwde tempel na de dagen van Daniël, dat is dezelfde die stond in de dagen van Jezus] te gronde richten. Het einde ervan zal zijn in de [overstromende] vloed en tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen [waartoe] vast besloten is." (Daniël 9:26b, uit de Herziene Statenvertaling, met aanpassing van de schrijver van deze voetnoot).

Er was geen twijfel dat Jezus wist dat die generatie zou eindigen in een oordeel! Hij ontweek het niet, maar plande het ondanks dat Hij wist gezonden te zijn om een deel te redden! (zie vers 12, Mattheüs 13:11-15 en Lucas 8:10, 18-19.
De kerk bestaat uit het overblijfsel, uit het joodse volk dat Christus aannam en het toegevoegde deel dat Christus aannam uit de heidenen. Merk op dat in Mattheüs 13:16-17, Jezus Zijn waardering in een profetie over Zijn discipelen uitspreekt, en zo ook laat blijken dat Hij het willen begrijpen van de parabool beloont.
      nota versículo 12:

Desde el empieza del ministerio de Jesús buscaba el confrontación controlado con el liderasgo de la nación judia. Esto fue el liderasgo politico y religioso de Su día. Él sabía que tenían que recibir su condenación. Y quería asegurar que NO se convertirían, aunque no alcanzaba a Él para retener escondido todos los opportunidades para esto, aunque sí trataba esto!
Conocio las escrituras y sabia interpretarlas correctamente:

"Y todos los que Le oían, se maravillaban de Su inteligencia y de Sus respuestas." (Lucas 2:47, desde la Reina Valera Revisada 1960

"Tuya es, Señor, la justicia, y nuestra la confusión de rostro, como en el día de hoy lleva todo hombre de Juda, los moradores de Jerusalén, y todo Israel, los de cerca y los de lejos, ..." (Daniel 9:7a, desde la Reina Valera Revisada 1960

"Oh Señor, conforme a todos tus actos de justicia, apártese ahora tu ira y tu furor de sobre tu ciudad JERUSALÉN, tu santo monte; porque a causa de nuestros [Daniel y su pueblo] pecados, y por la maldad de nuestros padres, JERUSALÉN y tu pueblo [ISRAËL] son el oprobio de todos en derredor nuestro." (Daniel 9:16, desde la Reina Valera Revisada 1960, con adapción de este escritor de este nota.)

"Setenta semanas están determinadas sobre tu pueblo [el pueblo de Daniel] y sobre tu santa ciudad [el santa ciudad de Daniel, JERUSALÉN]" (Daniel 9:24a, desde la Reina Valera Revisada 1960, con adapción de este escritor de este nota.)

"y el pueblo de un príncipe [un pueblo] que ha de venir [Rome] destruirá la ciudad [JERUSALÉN] y el santuario [el templo reedificado después los días de Daniel, este es lo mismo que estaba en los días de Jesús]; y su fin será con inundación, y hasta el fin de la guerra durarán las devastaciones." (Daniel 9:26b, desde la Reina Valera Revisada 1960, con adapción de este escritor de este nota.)

¡Sin duda alguna que Jesús sabía que este generación terminará en juicio! ¡Él no evitaba, mas lo planificaba aunque sabía que fue enviado para salvar una parte! vea versículo 12,Mateo 13:11-15 y Lucas 8:10, 18-19.
La iglesia existe del remanente, del pueblo judío que acceptaba a Cristo y la parte añadida que acceptaba a Cristo desde los gentiles. Nota que en Mateo 13:16-17, Jesús expressa Su alto valoración de Sus discipulos en una profetia, y también muestra que Él recompensa querer entender la parabola.
 
     

Hoofdstuk 4
vers 13-20
De uitleg van de Parabel van de zaaier. (Matth. 13:18-23; Luc. 8:11-15)  NL -
 ES
  Capítulo 4
versículo 13-20
Explicación de la parábola del sembrador. (Mt. 13,18-23; Lc. 8,11-15)
13a En Hij zei tegen hen: Begrijpt u [m.v.] deze parabel niet? ... 13 En Hij zei tegen hen: Begrijpt u [m.v.] deze parabel niet?   13a Y les dijo: ¿No entiendéis este parábola? ...
  Y Él dijo a ellos: ¿Entienden ustedes este parábola no?
13b
... En hoe zult u [m.v.] dan alle parabels verstaan? ...
   En hoe zult u [m.v.] dan alle parabels verstaan?  
13b
... ¿Cómo, pues, entenderéis todas las parábolas? ...
Y cómo habrán ustedes, pues, todas parábolas entender?
14 De zaaier is hij die het Woord zaait. 14 De zaaier is hij die het Woord zaait.   14 El sembrador es él que siembre la Palabra.
  El sembrador es él que la Palabra siembra.
15a Maar dezen zijn het, bij wie bij de weg gezaaid is, ... 15 Maar dezen zijn het, bij wie bij de weg gezaaid is,   15a Mas éstos son los con quien junto al camino es sembrada; ...
  Mas éstos son los con quien junto a el camino sembrada es,
    junto al
15b
... in wie het Woord gezaaid wordt, maar als zij ...
   in wie het Woord gezaaid wordt, maar als zij  
15b
... en quienes la Palabra es sembrada, mas cuando ...
en quienes la Palabra sembrada es, mas cuando ellos
15c
... het gehoord hebben, komt metteen de Satan en neemt het Woord weg ...
   het gehoord hebben, komt metteen de Satan en neemt het Woord weg
15c
... la oyen, en seguida viene Satanás, y quita la Palabra ...
la oído habrían, viene en seguida el Satanás, y quita la Palabra <——
15d
... dat in hun gezaaid was.
   dat in hun hart gezaaid was.  
15d
... que había sido sembrada en sus corazones.
que en su corazón sembrada fue.
16a En evenzo zijn dit degenen ... 16 En evenzo zijn dit degenen,   16a Y asimismo éstos son los ...
  Y asimismo son éstos los
16b ... in wie op de steenachtige grond gezaaid wordt: ...    in wie op de steenachtige grond gezaaid wordt:   16b ... que son sembrados en pedregales: ...
en quienes sobre la pedregosa tierra sembrados son:
16c ... die, als zij het Woord gehoord hebben, het meteen met vreugde ontvangen, ...    die, als zij het Woord gehoord hebben, het meteen met vreugde ontvangen, 16c ... los que cuando han oído la Palabra, la reciben luego con gozo; ...
que si ellos la Palabra oído han, la luego con gozo reciben,
17a Maar zij hebben geen wortel in zich, maar zijn [slechts] voor een tijd ... 17 Maar zij hebben geen wortel in zich, maar zijn [slechts] voor een tijd:   17a pero no tienen raíz en sí, sino que son de corta duración, ...
  pero ellos tienen no raíz en sí, sino que son [sólo] por un tiempo,
17b ... wanneer [er] later verdrukking of vervolging ontstaat...    wanneer [er] later verdrukking of vervolging ontstaat   17b ... cuando surge después tribulación ó aflicción ...
cuando [allí] después tribulación o aflicción surge
17c ... door het Woord nemen ze direct aanstoot.    door het Woord nemen ze direct aanstoot.   17c ... por causa de la Palabra tomen ofensa en seguida.
por causa de la Palabra tomen [ellos] en seguida ofensa.
18a En dit zijn zij bij wie in de dorens gezaaid wordt: zij horen het Woord, 18 En dit zijn zij bij wie in de dorens gezaaid wordt: zij horen het Woord, 18a Y éstos son los que entre espinos sembrados son: los que oyen la Palabra;
  Y éstos son los con quién entre espinos sembrados son: los oyen la Palabra,
19a maar de zorgen van dit tijdperk en de verleiding 19 maar de zorgen van dit tijdperk en de verleiding van de rijkdom en de begeerten 19a mas los afanes de esta época, y el engaño de las riquezas, y las codicias ...
  mas los afanes de esta época, y el engaño de las riquezas, y las codicias
19b ... naar al het andere komen erbij en verstikken het Woord ...    naar al het andere komen erbij en verstikken het Woord   19b ... de otras cosas, entran y ahogan la Palabra ...
hacia todas las otras cosas vienen con esas, y ahogan la Palabra
19c ... en het wordt onvruchtbaar.    en het wordt onvruchtbaar.   19c ... y se hace infructuosa.
y se hace infructuosa.
20a Maar dit zijn zij bij wie in de goede aarde gezaaid wordt: 20 Maar dit zijn zij bij wie in de goede aarde gezaaid wordt: 20a Mas éstos son los que fueron sembrados en buena tierra: ...
  Mas éstos son los con quien en la buena tierra sembrados es:
20b ... zij horen het Woord en nemen het aan en dragen vrucht, ...    zij horen het Woord en nemen het aan en dragen vrucht   20b ... los que oyen la Palabra, y la reciben, y llevan fruto, ...
los oyen la Palabra, y reciben la <—— y llevan fruto
20c ... dertigvoud, zestigvoud of honderdvoud.    dertigvoud zestigvoud of honderdvoud   20c ... en múltiplo de treinta, de sesenta, y de cien.
múltiplo de treinta, múltiplo de sesenta, o múltiplo de ciento.

   
  Voetnoot vers 14:

Een zaaier ging uit om te zaaien... Merk op dat het Woord dat hier gezaaid wordt het Woord is van Jezus en Zijn directe discipelen. Het is niet het evangelie van de vergeving van zonde, hoe essentieel ook, maar het Evangelie van het Koningschap van God. Jezus geloofde in vergeving, en de kracht daarvan (bijv. Mark 2:1-12), maar hier spreekt Hij er in geen enkele zin over. Zie vers 11. Ik zeg dus dat het Evangelie van vergeving prediken niet het voledige evangelie prediken is, en dat dit de reden is waarom de verschillende christelijke gemeenten, tot heden nog niet het door God gewenste totale resultaat hebben van de prediking van het voledige Evangelie van het Koninkrijk!

Er zijn 8 grote parabels van het Koninkrijk, beter vertaald met koningschap van God. Deze parabel is een daarvan. Het belangrijkste punt uit deze parabel is dat het evangelie van het Koningschap verschillende niveaus van effectiviteit heeft in het hart van zijn toehoorders.
      nota versículo 14:

El sembrador salió a sembrar... Nota que la Palabra que es sembrada aquí es la Palabra de Jesús y Sus discipulos directos. No es el Evangelio de perdón de pecados, cual esencial sea, mas se trate aquí del Evangelio del Reino de Dios. Jesús creía en el perdón, y en la fuerza de la misma (por ejemplo Marcos 2:1-12), mas aquí Él no dice ninguna phrase sobre esta tema. Vea versículo 11. Lo que estamos escribiendo es que predicar el evangelio del perdón no es predicar el evangelio completo, y esto mismo es la razón por cual las diferentes congregaciones cristianas hasta hoy no tienen el resultado conveniente de predicar el completo evangelio del Reino!

Hay 8 grandes parabolas del Reino, mejor traducido con realeza de Dios. Esta parabola es una de esto. El punto más importante de este parabola es que el evangelio del Realeza tiene diferentes nivelles de efectividad en el corazón de sus oyentes.
 
     

   
  Voetnoot vers 15:

Het Woord van het Koningschap van God is bij een deel van de joden, de toehoorders van Jezus bediening, doch niet bij allen weggerooft geweest door satan en zijn boze geesten (zie vers 4, 15).
      nota versículo 15:

El Palabra de la Realeza de Dios es robado por satanás y sus espíritus inmundos de un parte de los judios, que fueron los oyentes del ministerio de Jesús. Aunque no ha sido robado de todos aquellos (vea versículo 4, 15).
 
     

   
  Voetnoot verzen 16-17:

zie voetnoot verzen 5-6
      nota versículos 16-17:

vease nota versículos 5-6
 
     

   
  Voetnoot verzen 18-19:

"En een ander [deel] viel in de dorens; ..." Dit zijn hen die door de rijkdom en drukte van het leven ingenomen worden en hierdoor de stem van God niet meer kunnen horen en daarom uiteindelijk geen vrucht dragen. Merk op dat dit ook de religieuzen kunnen zijn, die door de verkeerde prioriteiten de stem van God niet meer kunnen horen. (zie vers 7, 18-19).
      nota versículos 18-19:

Y otra [parte] cayó entre espinos; ..." Estos son aquellos que son ocupados por las riquezas y preocupaciones de la vida y por eso no puedan más escuchar la voz de Dios y a consequencia al fin no puedan dar fruta. Nota que esto también podrían ser religiosas, que por prioridades equivocadas no más pueden escuchar la voz de Dios. (vease versículo 7, 18-19).
 
     

   
  Voetnoot vers 20:

Een ander deel van de joden, nam het Woord van het Koningschap van God aan en droeg vrucht, dit zijn 11 volhardende discipelen en zij die bij de doctrine van de apostelen bleven, in gemeenschap met de heiligen, in het breken van het brood en in de gebeden. Al waren er verschillende niveau's van vrucht. Zij droegen vrucht! (zie vers 8, 20).
      nota versículo 20:

Una otra parte de los judios, acceptaba la Palabra de la Realeza de Dios y llevaba fruta, estos son los 11 discipulos perserverantes y los que quedaban con la doctrina de los apostoles, y en la comunión con los santos, en la partimiento del pan y en las oraciones. Aunque fueran diferentes niveles de fruta. LLevaban fruta! (vease versículo 8, 20).
 
     

   
  Voetnoot vers 20c:

De vrucht is "in dertigvoud, en in zestigvoud, en honderdvoudig." Dit is een van de vele dingen die men in de bijbel vindt in drievoud. Zo vindt men ook:
      nota versículo 20c:

La fruta es "en múltiplo de treinta, de sesenta, y de cien." Esto es uno de las muchas cosas que son en triple en la Biblia. También se encuentra
 
 1) De voorhof2) Het heilige3) Het heilige der heilige,      1) El atrio2)Lugar Santo3)Lugar Santísimo  
 1) Jezus (de Redder)2) Christus (de Gezalfde)3) De Heer (JaHuWeH)      1) Jesús (el Salvador)2) Cristo (El Úngido)3) El Señor (YaHuWeH)  
 1) Pasen2) Pinksteren3) Loofhutten,      1) Pascua2) Pentecostés3) la fiesta de los tabernáculos  
 1) zuigelingen2) jongelingen3) volwassenen,      1) los niños de pecho2) jóvenes3) adultos  
 1) gelooft en gedoopt in water 2) vervult met de Geest3) vervult met de volheid van de Geest      1) cree y es baptisado en agua 2) llenado con el Espíritu3) llenado con el plenitud del Espíritu  
 1) wedergeboorte2) doop met de Heilige Geest3) doop in lijden      1) renacimiento2) bautismo en el Espíritu Santo3) bautismo en sufrimiento  
 Zij die in maximaal tot dertigvoud vrucht kunnen dragen zijn zij die geloven en gedoopt zijn in water. Zij die tot zestigvoudig vrucht kunnen dragen zijn zij die vervult zijn met de Geest, zij die tot honderdvoudig vrucht kunnen dragen zij zij die vervult zijn met de volheid van de Geest. (zie vers 8b, 20). Dat wil niet zeggen dat de schrijver van deze voetnoot meent al tot 100 voudig vrucht te dragen, alstublieft zeg, ... Slechts staat hier dat iemand die weet dat er meer is dan het Pinksterfeest de potentie heeft om tot 100 voudig vrucht te dragen, dit geeft verantwoordelijkheid!      Aquellos que maximalmente pueden llevar fruto hasta multiplo de treinta son los que creen y son bautisados en agua. Aquellos que maximalmente pueden llevar fruto hasta multiplo de sesenta son los que son llenados con el Espíritu, aquellos que maximalmente pueden llevar fruto hasta multiplo de cien son los que son llenados con el plenitud del Espíritu. (vease versículo 8b, 20). Esto no quiere decir que el escritor de este nota intenta decir que ya lleva fruto hasta multiplo de cien, por favor, ... Solo quiere decir que alquién que sabe que hay más que la fiesta de Pentecostés tiene el potencial para llevar fruto hasta multiplo de cien, este da responsabilidad.  
     

Hoofdstuk 4
vers 21-25
Alle verborgen vrucht zal openbaar worden. (Luc. 8:16-18)  NL -
 ES
  Capítulo 4
versículo 21-25
Todos los frutos ocultos serán manifestados (Lc. 8,16-18)
21a En Hij zei tot hen: De lamp komt toch niet om onder... 21 En Hij zei tot hen: De lamp komt toch niet 21a Y les dijo: ¿Acaso se trae una lámpara ...
  Y Él dijo a ellos: ¿La lampara viene acaso no
    les:
21b ... om onder de korenmaat of onder het bed gezet te worden? ...    om onder de korenmaat of onder het bed gezet te worden?   21b ... para ponerla debajo del almud, o debajo de la cama? ...
para debajo el almud, o debajo la cama poner para será?
21c ... Is het niet om op de standaard gezet te worden?    Is het niet om op de standaard gezet te worden?   21c ... No es para ponerse en el soporte?
¿Es [lo] no para en el soporte puesto para será?
22a Want er is niets verborgen wat niet geopenbaard zal worden; 22 Want er is niets verborgen wat niet geopenbaard zal worden; 22a Porque no hay nada oculto que no haya de ser manifestado; ...
  Porque hay nada oculto que no manifestado haya de ser;
22b ... [en] niets is er geheim dan dat [het] aan het licht kome.    [en] niets is er geheim dan dat [het] aan het licht kome.   22b ... [ni] nada secreto que no haya de salir a la luz.
[y] nada hay secreto que aquel a la luz haya de venir.
23 Als iemand oren heeft om te horen, laat hij horen. 23 Als iemand oren heeft om te horen, laat hij horen.   23 Si alguno tiene oídos para oír, oiga.
  Si alguien oídos tiene para a oír, deje él oír.
24a Ook zei Hij hen: Ziet toe, wat u [m.v.] hoort. ... 24 Ook zei Hij hen: Ziet toe, wat u [m.v.] hoort.   24a Les dijo también: Mirad [lo] que oís; ...
  También dijo Él les: Mirad que ustedes oyen,
24b ... Met de maat waarmee u [m.v.] meet, ...    Met de maat waarmee u [m.v.] meet,   24b ... porque con la medida que medís, ...
con la medida que ustedes miden,
24c ... zal er bij u [m.v.] gemeten worden, en aan u [m.v.] die hoort, ...    zal er bij u [m.v.] gemeten worden, en aan u [m.v.] die hoort,   24c ... se os medirá, y a vosotros los que oís, ...
serán [se] a ustedes medidos <——, y a ustedes que oyen,
24d ... zal er meer bij gegeven worden.    zal er meer bij gegeven worden.   24d ... más os será añadido.
será [se] más añadido <——.
25a Want wie [vrucht] heeft, hem zal [nog meer vrucht] toegeschreven worden; ... 25 Want wie [vrucht] heeft, hem zal [nog meer vrucht] toegeschreven worden; 25a Porque al que tiene [fruto], [aun más fruto] se le atribuirá; ...
  Porque quién [fruto] tiene, le será [aun más fruto] atribuido <——;
25b ... en wie geen [vrucht] heeft, ook wat hij heeft [aan vrucht]    en wie geen [vrucht] heeft, ook wat hij heeft [aan vrucht]   25b ... y al que no tiene [fruto], aun lo que tiene [de fruto] ...
y quién no [fruto] tiene, aun que él tiene [de fruto]
25c ... zal hem afgenomen worden [in de komende tijd].25c    zal hem afgenomen worden [in de komende tijd].25c   25c ... se le quitará [en los tiempos venideros].25c
será él quitado <—— [en el venido tiempo].


     
  Voetnoot vers 25:

Dit was in de toekomst voor de discipelen toen ze het hoorden. Het spreekt niet van een wegnemen dat gebeurd op een voortdurende dan wel willekeurige tijd. Ook spreekt het niet van een algemene economische waarheid. Nee, deze verzen spreken van een afnemen dat specifiek gebeurd tijdens het oordeel wat komende was in de EERSTE eeuw. Ondanks dat kan het gebeuren in andere oordelen, maar de eerste betekenis is voor het oordeel van de EERSTE eeuw.
      nota versículo 25:

Este fue futuro para los discipulos cuando lo escucharon, no habla de un quitar que occurre en cualquier tiempo, tampoco tiene que implicar un verdad economico general. No, éstos versículos hablan del quitar que occurre especificamente durante el juicio que estaba por venir en el PRIMER siglo. Aunque puede occurir otros juicios el primer significación es para el juicio del siglo PRIMERO.
 
     


Hoofdstuk 4
vers 26-29
De parabel van het zaad en diens groei  NL -
 ES
  Capítulo 4
versículo 26-29
Parábola del crecimiento de la semilla
26a Ook zei Hij: Zo is het koningschap van God ... 26  Ook zei Hij: Zo is het Koningschap van God;   26a También decía: Así es la realeza de Dios,...
   También deciá Él: Así es la realeza de Dios,
26b ... als een mens die zaad werpt in de aarde.    als een mens die zaad werpt in de aarde.   26b ... como cuando un hombre echa semilla en la tierra; ...
como un hombre que semilla echa en la tierra;
27a en slaapt en staat op, nacht en dag, ... 27 en slaapt en staat op, nacht en dag,   27a y duerme y se levanta, de noche y de día, ...
  y duerme y se levanta, noche y día;
27b ... en het zaad ontkiemt en groeit, zonder dat hij zelf weet hoe.    en het zaad ontkiemt en groeit, zonder dat hij zelf weet hoe.   27b ... y la semilla brota y crece sin que él sepa cómo.
y la semilla brota y grece sin que él mismo sabe cómo.
28a Want de aarde brengt vanzelf vrucht voort, eerst de halm, ... 28 Want de aarde brengt vanzelf vrucht voort, eerst de halm,   28a Porque de suyo fructifica la tierra, primero hierba, ...
  Porque la tierra fructifica de suyo <——, primero la hierba,
28b ... daarna de aar, daarna het volle koren in de aar.    daarna de aar, daarna het volle koren in de aar.   28b ... luego espiga, después grano lleno en la espiga.
luego la espiga, después el lleno grano en la espiga.
29a Maar wanneer de vrucht rijp is, zendt hij metteen ... 29 Maar wanneer de vrucht rijp is, zendt hij metteen   29a Sino cuando el fruto maduro está, manda él luego ...
  Sino cuando el fruto maduro está, manda él luego
29b ... de sikkel erin, omdat de oogstijd aangebroken is.    de sikkel erin, omdat de oogstijd aangebroken is.   29b ... ó en eso la hoz, porque la siega ha llegado.
la hoz en eso, porque la siega llegada es.
Hoofdstuk 4
vers 30-32
De parabel van het mosterdzaad (Matth. 13:31-32; Luc. 13:18-19)  NL -
 ES
  Capítulo 4
versículo 30-32
Parábola de la semilla de mostaza (Mt. 13.31-32; Lc. 13:18-19)
30a Ook zei Hij: ... 30 Ook zei Hij:   30a También decía: ...
  También decía Él:
30b ... Waarmee zullen we het Koningschap van God vergelijken? ...    Waarmee zullen we het Koningschap van God vergelijken?   30b ... ¿A qué comparemos la realeza de Dios, ...
¿A qué ——> nosotros la realeza de Dios compararemos,
30c ... Of door welke parabel zullen wij het voorstellen?    Of door welke parabel zullen wij het voorstellen?   30c ... o con qué parábola la presentaremos?
o con qué parábola ——> nosotros la presentaremos?
31a Het is als een mosterdzaadje, dat wanneer het ... 31 Het is als een mosterdzaadje, dat, wanneer het   31a Es como la grana de mostaza que cuando ...
  Lo es como una grana de mostaza, que cuando [la]
31b ... in de aarde gezaaid wordt, het kleinste is ...    in de aarde gezaaid wordt, het kleinste is   31b ... se siembra en tierra, es la más pequeña ...
en la tierra siembra se, la más pequeña es
31c ... van alle zaden die er op aarde zijn.    van alle   zaden die er op aarde zijn.   31c ... de todas las semillas que hay en la tierra;
de todas las semillas que ——> sobre tierra hay;
32a Maar wanneer het gezaaid is, komt het op en wordt het grootste ... 32 Maar wanneer het gezaaid is, komt het op en wordt het grootste   32a pero después de sembrado, crece y se hace la mayor ...
  pero cuando la sembrado es, crece [la] <—— y se hace la mayor
32b ... van alle moeskruiden, en maakt grote takken, ...    van alle moeskruiden en maakt grote takken,   32b ... de todas las hortalizas, y echa grandes ramas, ...
de todas las hortilizas, y hace grandes ramas,
32c ... zodat de vogels in de lucht in zijn schaduw kunnen nestelen.    zodat de vogels in de lucht in zijn schaduw kunnen nestelen.   32c ... de tal manera que las aves del cielo pueden morar bajo su sombra.
de tal manera las aves en el cielo en su sombra pueden anidar.
Hoofdstuk 4
vers 33-34
Over het gebruik van parabels door Jezus (Matth. 13:34-35)  NL -
 ES
  Capítulo 4
versículo 33-34
El uso que Jesús hace de las parábolas (Mt. 13.34-35)
33a En met veel van zulke parabels sprak Hij het woord tot hen,... 33 En met veel van zulke parabels sprak Hij het Woord tot hen,   33a Y con muchas parábolas semejantes les hablaba la palabra, ...
  Y con mucho [de] semejantes parábolas hablaba Él la Palabra a ellos,
    les,
33b ... zover ze het konden horen,    voor zover ze het konden horen,   33b ... conforme a lo que podían oír.
conforme ellos lo podían oír.
34a En en zonder parabels sprak Hij geen woord tot hen, ... 34 en zonder parabels sprak Hij geen woord tot hen,   34a Y sin parábolas no les hablaba, ...
  Y sin parábolas hablaba Él no palabra a ellos,
    les,
34b ... maar afzonderlijk aan zijn discipelen verklaarde Hij alles.    maar afzonderlijk aan zijn discipelen verklaarde Hij alles.   34b ... mas a sus discípulos en particular declaraba todo.
mas en particular a su discípulos declaraba Él todo.
Hoofdstuk 4
vers 35-41
Jezus bedaart de storm (Matth. 8:23-27; Luc. 8:22-25)  NL -
 ES
  Capítulo 4
versículo 35-41
Jesús calma la tempestad (Mt. 8.23-27; Lc. 8:22-25)
35a En Hij zei hen op die dag, toen het avond geworden was, ... 35 En Hij zei hen op die dag, toen het avond geworden was,   35a Y les dijo aquel día cuando llegó la noche: ...
  Y Él dijo les a este día cuando [lo] noche convertido fue,
35b
... Laat ons oversteken naar de andere zijde.
   Laat ons oversteken naar de andere zijde.  
35b
... Pasemos al otro lado.
Deja- nos pasar al otro lado.
36a En zij stuurden de menigte weg en namen Hem, zoals Hij was, ... 36 En zij stuurden de menigte weg en namen Hem, zoals Hij was,   36a Y enviando la multitud, Le tomaron como estaba ...
  Y ellos eviaron la multitud <——, y se llevaron Le, como Él estaba,
36b
... in het schip mee, en er waren nog andere schepen bij Hem.
   in het schip mee, en er waren nog andere schepen bij Hem.  
36b
... en la barca; y habían también con Él otras barcas.
en la barca; <——, y había también otras barcas con Él.
37a En er stak een harde stormwind op ... 37 En er stak een harde stormwind op   37a Y se levantó una gran tempestad de viento, ...
  Y [allí] se levantó una gran tempestad de viento <——,
37b
... en de golven sloegen in het schip, zodat het al volliep.
   en de golven sloegen in het schip, zodat het al volliep.  
37b
... y echaban las olas en la barca; tanto que ya se anegaba.
 y las olas echaban en la barca, tanto que se ya llenaba.
38a En Hij was in het achterschip, slapende op een hoofdkussen; ... 38 En Hij was in het achterschip, slapende op een hoofdkussen;   38a Y Él estaba en la popa, durmiendo sobre un cabezal; ...
   Y Él estaba en la popa, durmiendo sobre un cabezal;
38b
... en zij wekten Hem en zeiden Hem:
   en zij wekten Hem en zeiden Hem:  
38b
... y Le despertaron, y Le dijeron:
 y [ellos] despertaron Le y dijeron Le:
38c
... Meester! Bekommert U Zich er niet om dat wij vergaan?
   Meester! Bekommert U Zich er niet om dat wij vergaan?  
38c
... ¡Maestro! ¿no tienes cuidado que perecemos?
¡Maestro! ¿Cuide Usted se [lo] no <—— que [nosotros] perecemos?
39a en Hij stond op, bestrafte de wind en zei tot de zee: ... 39 en Hij stond op, bestrafte de wind en zei tot de zee:   39a y Él levantándose, increpó al viento y dijo al mar: ...
   y Él, se levantó, increpó a el viento y dijo a el mar:
          increpó al       al  
39b
... Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen en er kwam een grote stilte.
   Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen en er kwam een grote stilte.  
39b
... ¡Calla! ¡Enmudece! Y cesó el viento y se hizo grande bonanza.
¡Calla! ¡Enmudece! Y el viento cesó, y se hizo una grande bonanza.
40a En Hij zei hen: Waarom bent u zo angstig? ... 40 En Hij zei hen: Waarom bent u [m.v.] [zo] angstig?   40a Y les dijo: Por qué estáis así amedrentados? ...
   Y Él dijo les: Por qué están ustedes [así] amedrentados?
40b
... Dus, Hoe hebt u dan geen geloof?
   Dus, hoe hebt u [m.v.] dan geen geloof?  
40b
... Entonces, ¿cómo es que no tenéis fe?
Entonces, ¿cómo tienen ustedes que no fe?
41a En zij werden bang met grote angst en zeiden tegen elkaar: Wie is ... 41 En zij werden bang met grote angst en zeiden tegen elkaar: Wie is   41a Y temieron con gran temor, y se decían el uno al otro: ¿Quién es ...
   Y ellos temieron con gran temor, y [se] decían entre sí: ¿Quién es
41b
... Deze toch, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?
   Deze toch, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?
41b
... Éste, que aun el viento y el mar Le obedecen?
Éste [de todos modos], que aun el viento y el mar Le obedecen?


  Hoofdstuk  
terug naar / volver a :