Capítulo 3
Traducción Neerlandesa La traducción Neerlandesa
traducido palabra por palabra para entender
el Neerlandés como una lengua aprendida.
Traducción de la anterior, traducido en el español grammaticalmente correcto.
Hoofdstuk 3
vers 1-6
Genezing van een zieke man op Sabbat is aanleiding tot eerste moord plannen op Jezus. Capítulo 3
versículo 1-6
Curación de un enfermo en sabado es motivo para los primeros plannes de un asesinato de Jesús.
1a
En Hij kwam opnieuw in de synagoge ...
1 En Hij kwam opnieuw in de synagoge  
1a
Y otra vez entró en la sinagoga; ...
  Y Él entró otra vez en la synagoga;
1b
... en er was daar een man die een verschrompelde hand had.
   en er was daar een man die een verschrompelde hand had.  
1b
... y había allí un hombre que tenía seca una mano.
y ——> había allí un hombre que una seca mano tenía.
2a
En zij namen Hem nauwlettend waar, of Hij hem op de sabbat ...
2 En zij namen Hem nauwlettend waar, of Hij hem op de sabbat  
2a
Y le acechaban, si en sábado le ...
  Y ellos observaban le <——, si Él le en sábado
2b
... genezen zou, opdat zij Hem zouden kunnen beschuldigen.
   genezen zou, opdat zij Hem zouden kunnen beschuldigen.  
2b
... sanaría, para poder acusarLe.
sanaría, para ellos Le habrían poder /
podrían
acusar.
3a
Dus Hij zei tegen de man die de verschompelde hand had: ...
3 Dus Hij zei tegen de man die de verschompelde hand had:  
3a
Entonces dijo al hombre que tenía la mano seca: ...
  Entonces Él dijo al hombre que la seca mano tenía:
3b
... Sta op [en kom] in het midden [staan].
   Sta op [en kom] in het midden [staan].  
3b
... Levántate [y ponte] en medio.
Levántate [y venga] en el medio [estar de pie].
4a
En Hij zei tegen hen: Is het geoorloofd op sabbat ...
4 En Hij zei tegen hen: Is het geoorloofd op sabbat  
4a
Y les dijo: ¿Es lícito en sábado ...
  Y Él dijo a ellos /
les:
¿Es [lo] lícito en sábado
4b
... goed te doen of kwaad te doen, een leven te redden ...
   goed te doen of kwaad te doen, een leven te redden  
4b
... hacer bien, o hacer mal? ¿Salvar [la] vida ...
bien para hacer, o mal para hacer? ¿una vida para salvar
4c
... [van ziekte en dood] of te doden? Maar zij zwegen.
   [van ziekte en dood] of te doden? Maar zij zwegen.  
4c
... [de enfermedad y muerte], o quitarla? Mas ellos callaban.
[de enfermedad y muerte] o para matar? Mas ellos callaban.
5a
Dus, hen kwaad in het rond aangekeken hebbende, ...
5 Dus, hen kwaad in het rond aangekeken hebbende,  
5a
Entonces, mirándolos alrededor con enojo, ...
  Entonces, los enojado alrededor mirándo habiendo,
5b
... diep bedroefd zijnde over de verharding van hun hart, ...
   diep bedroefd zijnde over de verharding van hun hart,  
5b
... profundamente entristecido por la dureza de sus corazones, ...
profundamente entristecido siendo por la dureza de sus corazones,
5c
... zei hij tegen de man: Strek uw hand uit. En hij strekte haar uit. ...
   zei Hij tegen de man: Strek uw hand uit. En hij strekte haar uit.  
5c
... dice al hombre: Extiende tu mano. Y la extendió, ...
dijo Él al hombre: Extienda su mano <——. Y él extendió la <——,
5d
... en zijn hand werd hersteld, gezond als de andere.
   en zijn hand werd hersteld, gezond als de andere.  
5d
... y su mano [le] fue restaurada sana como la otra.
y su mano fue restaurada sana como la otra.
6a
En de Farizeën de synagoge verlatende, hielden direct raad ...
6 En de Farizeën [de synagoge 1] verlatende, hielden direct raad  
6a
Y saliendo los fariseos [de la synagoga], en seguida tomaron consejo ...
  Y los fariseos, [la synagoga 1] saliendo, tomen en seguida consejo
6b
... met de Herodianen tegen Hem, hoe zij Hem zouden kunnen doden.
   met de Herodianen tegen Hem, hoe zij Hem zouden kunnen doden.  
6b
... con los Herodianos contra Él, de cómo Le matarían.
con los Herodianos contra Él, de cómo ellos Le ——> podrían matar.
Hoofdstuk 3
vers 7-12
De realiteit van de bediening. Capítulo 3
versículo 7-12
La realidad del ministerio.
7a
Maar Jezus trok zich terug met Zijn discipelen naar de zee; ...
7 Maar Jezus trok zich terug met Zijn discipelen naar de zee;  
7a
Mas Jesús se retiró al mar con Sus discípulos, ...
  Mas Jesús retiró se <—— con Sus discípulos a el mar;
  al
7b
... en een grote menigte van Galilea volgde Hem en van Judea...
   en een grote menigte van Galilea volgde Hem en van Judea  
7b
... y Le seguió una gran multitud de Galilea, y de Judea,...
y una gran multitude de Galilea seguió Le, y de Judea,
8a
en van Jeruzalem, en van Idumea, en van over de Jordaan;
8 en van Jeruzalem, en van Idumea, en van over de Jordaan;  
8a
y de Jerusalén, y de Idumea, y de otra lado del Jordán;
  y de Jerusalén, y de Idumea, y de otra lado de el Jordán;
  del
8b
... en die uit de omgeving van Tyrus en Sidon, een grote menigte, ...
   en die uit de omgeving van Tyrus en Sidon, een grote menigte  
8b
... y los desde los alrededores de Tiro y Sidón, un gran multitud, ...
y los desde los alrededores de Tiro y Sidón, un gran multitud
8c
... horende hoeveel Hij deed, kwam naar Hem toe.
   horende hoeveel Hij deed, kwam naar Hem toe.  
8c
... oyendo cuanto hizo, vino a Él.
oyendo cuanto Él hizo, vino a Él <——.
9a
En Hij sprak tot Zijn disciplen dat een scheepje bij Hem moest ...
9 En Hij sprak tot Zijn discipelen dat een scheepje bij Hem moest
9a
Y dijo a Sus discípulos que Le tuviesen ... una barquilla ...
  Y Él dijo a Sus discípulos que una barquilla cerca con Él tuviesen
9b
... gereed staan, vanwege de menigte, opdat ze Hem niet zouden verdringen.
   gereed staan, vanwege de menigte, opdat ze Hem niet zouden verdringen.
9b
... lista una barquilla, a causa de la multitude, para que no Le oprimiesen.
lista estar, a causa de la multitud, para que ellos Le no oprimirían.
10a
Want velen had Hij er genezen, zodat zij, zovelen die ...
10 Want velen had Hij er genezen, zodat zij,  
10a
Porque muchos había sanado; de manera que ...
  Porque muchos había Él [allí] sanado; de manera que ellos,
10b
... plagen hadden, hard duwden om Hem te kunnen aanraken.
   zovelen die plagen hadden, hard duwden om Hem te kunnen aanraken.
10b
... por tocarLe, cuantos tenían plagas caían sobre Él.
cuantos [que] plagas tenían, duro empujieron por Le [para] poder tocar.
11a
Ook de onreine geesten, zodra zij Hem zagen, ...
11 Ook de onreine geesten, zodra zij Hem zagen,  
11a
También los inmundos espíritus, al verLe, ...
  También los inmundos espíritus, tan pronto como ellos Le vieron,
11b
wierpen zich voor Hem neer, riepen en schreeuwden: ...
   wierpen zich voor Hem neer, riepen en schreeuwden:  
11b
se postraban delante de Él y daban voces, gritando: ...
derribaron- se para Él <——, llamaban y gritaban:
11c
... "U bent de Zoon van God!"
   U bent de Zoon van God!  
11c
... "¡Tú eres el Hijo de Dios!"
"¡Usted es el Hijo de Dios!"
12
En vaak berispte Hij hen scherp, dat zij Hem niet bekend zouden maken.
12 En vaak berispte Hij hen scherp, dat zij Hem niet bekend zouden maken.  
12
Y muchas [veces] Él les reprendía agudamente, que no Le descubriesen.
  Y mucho reprendía Él les agudo, que ellos Le no descubrierto habería <——.
Hoofdstuk 3
vers 13-19
De aanstelling van de twaalf apostelen. Capítulo 3
versículo 13-19
El nombramiento de los doce apóstoles.
13a
En Hij klom op de berg, en riep bij Zich wie Hij wilde; ...
13 En Hij klom op de berg, en riep bij Zich wie Hij wilde;  
13a
Y subió al monte, y llamó a Sí los que Él quiso, ...
  Y Él subió a el monte, y llamó a los que Él quiso;
  al
13b
... en zij kwamen naar Hem toe.
   en zij kwamen naar Hem toe.  
13b
... y vinieron a Él.
y ellos vinieron a Él <——.
14a
En Hij stelde er twaalf aan om bij Hem te zijn ...
14 En Hij stelde er twaalf aan om bij Hem te zijn  
14a
Y él estableció a doce, para que estuviesen con él, ...
  Y él estableció   doce a, para que cerca de él [para] estar,
14b
... en om hen uit te zenden met autoriteit om te prediken,
   en om hen uit te zenden met autoriteit 2 om te prediken,  
14b
... y para enviarlos con autoridad a predicar,
y para los enviar con autoridad 2 [para] a predicar,
15a
en macht te hebben om de ziekten te genezen en ...
15 en macht te hebben om de ziekten te genezen en  
15a
Y que tuviesen autoridad para sanar enfermedades y ...
  y poder [para] tuviesen para las enfermedades [para] sanar y
15b
... de demonen uit te werpen.
   de demonen uit te werpen.  
15b
... para echar fuera demonios:
los demonios fuera [para] echar.
16
En Simon legde Hij de naam Petrus op,
16 En Simon legde Hij de naam Petrus op,  
16
Y a Simón, a quien puso por nombre Pedro;
  Y Simón puso Él el nombre Pedro <——,
17a
En Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, ...
17 En Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes,  
17a
Y a Jacobo, hijo de Zebedeo, y a Juan ...
  Y Jacobo, el hijo de Zebedeo, y Juan
17b
... de broer van Jakobus, aan hen legde Hij de naam Boanerges op, ...
   de broer van Jakobus, aan hen legde Hij de naam Boanerges op,  
17b
... hermano de Jacobo, les puso por nombre Boanerges, ...
el hermano de Jacobo, a ellos puso Él el nombre Boanerges <——,
17c
... dat is: zonen van de donder,
   dat is: zonen van de donder,  
17c
... esto es, hijos del trueno;
esto es, hijos del trueno;
18a
en Andreas en Filippus en Bartholomeüs en Mattheüs en Thomas ...
18 en Andreas en Filippus en Bartholomeüs en Mattheüs en Thomas  
18a
y a Andrés, y a Felipe, y a Bartolomé, y a Mateo, y a Tomás, ...
  y Andrés, y Filipe, y Bartolomé, y Mateo, y Tomás,
18b
... en Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Thaddeüs en Simon de Kanaäniet,
   en Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Thaddeüs en Simon de Kanaäniet,  
18b
... y a Jacobo hijo de Alfeo, y a Tadeo, y a Simón el cananita,
y Jacobo el hijo de Alfeo, y Tadeo, y Simón el Cananita,
19a
En Judas Iskariot, die Hem ook overgeleverd heeft.
19 En Judas Iskariot, die Hem ook overgeleverd heeft.  
19a
Y Judas Iscariote, el que Le entregó. ...
  Y Judas Iscariote, el que Le también entregado ha.
 
Hoofdstuk 3
vers 20-21
Mensen die met Hem zijn, vallen Jezus aan. Capítulo 3
versículo 20-21
La gente que estaban con Él, atacan a Jesús.
20a
En zij kwamen thuis, en weer verzamelde zich een menigte, ...
20 En zij kwamen thuis, en weer verzamelde zich een menigte,  
19b, 20a
Y vinieron a casa, y otra vez se agolpó la multitud, ...
  Y ellos vinieron a casa, y otra vez agolpó se una multitud,
20b
... zodat zij zelfs geen brood konden eten.
   zodat zij zelfs geen brood konden eten.  
20b
... de modo que ellos ni aun podían comer pan.
de modo que ellos aun ni pan podían comer.
21a
En toen degenen die met Hem [waren], dat hoorden, ...
21 En toen degenen die met Hem [waren] dat hoorden,  
21a
Y cuando los que estaban con Él lo oyeron, ...
  Y cuando los que con Él [estaban] lo oyeron,
21b
... gingen zij [naar Hem] om Hem met geweld te grijpen, ...
   gingen zij [naar Hem] om Hem met geweld te grijpen,  
21b
... vinieron ellos para prenderle ...
vinieron ellos [a Él] para Le con violencia para prender
21c
... [zodat Hij zou kunnen eten], want zij zeiden: ...
   [zodat Hij zou kunnen eten], want zij zeiden:  
21c
... [de modo que Él podría comer], porque decían: ...
[de modo que Él podría comer], porque ellos decían:
21d
... Hij is buiten zichzelf.
   Hij is buiten zichzelf.  
21d
... Él está fuera de sí.
Él está fuera de sí.
 
Hoofdstuk 3
vers 22-30
De ergste verbale aanval op de persoon van Jezus tot nog toe door de schriftgeleerden Capítulo 3
versículo 22-30
El ataque verbal más grave hasta ahora al persona de Jesús por los escribas
22a
Ook de schriftgeleerden die uit Jeruzalem afgedaald waren, zeiden: ...
22 Ook de schriftgeleerden die uit Jeruzalem afgedaald waren, zeiden:  
22a
También los escribas que habían descendido de Jerusalén decían ...
  También los ecribas que desde Jerusalén decendido habían decían
22b
... "Hij heeft Beëlzebul," en: "Door de voornaamste van de demonen ...
   "Hij heeft Beëlzebul," en: "Door de voornaamste van de demonen  
22b
... tenía a Beelzebú y por el más prominente de los demonios ...
Él tiene Beelzebú y por el más prominente de los demonios
22c
... drijft Hij de demonen uit.
   drijft Hij de demonen uit.  
22c
... echaba fuera los demonios.
echaba Él los demonios fuera.
23a
En hen nabijgeroepen hebbende, zei Hij tegen hen in parabels: ...
23 En hen nabijgeroepen hebbende, zei Hij tegen hen in parabels:  
23a
Y habiéndolos llamado, les decía en parábolas: ...
  Y los llamado habiendo, decía Él a ellos en parábolas:
  les
23b
... hoe kan de satan de satan uitdrijven?
   Hoe kan de satan de satan uitdrijven?  
23b
... ¿Cómo puede Satanás echar fuera a Satanás?
¿Cómo puede el Satanás el Satanás echar fuera?
24a
En als een koningschap tegen zichzelf verdeeld is, ...
24 En als een koningschap tegen zichzelf verdeeld is,  
24a
Y si una realeza está dividido contra sí mismo, ...
  Y si una realeza contra sí mismo dividido está,
24b
...kan dat koningschap niet standhouden.
   kan dat koningschap niet standhouden.  
24b
... no puede permanecer esta realeza.
puede esta realeza no permanecer.
25a
En als een huisgezin tegen zichzelf verdeeld is, ...
25 En als een huisgezin tegen zichzelf verdeeld is,  
25a
Y si una familia está dividida contra sí misma, ...
   y si una familia contra sí misma dividida esta,
25b
... kan dat huisgezin niet standhouden.
   kan dat huisgezin niet standhouden.  
25b
... no puede permanecer esta familia.
puede esta familia no permanecer.
26a
En als de satan tegen zichzelf opstaat en verdeeld is, ...
26 En als de satan tegen zichzelf opstaat en verdeeld is,  
26a
Y si satanás se levanta contra sí mismo, y se divide, ...
   Y si el satanás contra sí mismo se levanta, y dividido fuere,
26b
... kan hij niet standhouden, maar heeft hij een [naderend] einde.
   kan hij niet standhouden, maar heeft hij een [naderend] einde.  
26b
... no puede permanecer; sino tiene su fin [que se avecina].
puede él no permanecer, sino tiene él un [que se avecina] fin.
27a
Niemand kan in het huis van een sterke binnengaan...
27 Niemand kan in het huis van een sterke [man] binnengaan  
27a
Nadie puede entrar en la casa de un [hombre] fuerte...
   Nadie puede en la casa de un fuerte [hombre] entrar
27b
... en zijn huisraad roven, als hij niet eerst de sterke bindt; ...
   en zijn huisraad plunderen, als hij niet eerst de sterke [man] bindt;  
27b
... y saquear sus bienes, si primero no ata al [hombre] fuerte, ...
y sus bienes saquear, si él no antes el fuerte [hombre] ata;
27c
... en dan kan hij zijn huis plunderen.
   en dan zal hij zijn huis plunderen.  
27c
... y entonces podrá saquear su casa.
y entonces ——> él su casa saqueará.
28a
Voorwaar, Ik zeg u: dat alle zonden ...
28 Voorwaar, Ik zeg u: dat alle zonden  
28a
De cierto os digo que todos los pecados ...
   De cierto Yo digo les que todos pecados
28b
... de mensenkinderen vergeven zullen worden, en de lasteringen ...
   de mensenkinderen vergeven zullen worden, en de lasteringen  
28b
... será perdonados los hijos de los hombres, y las blasfemias ...
los hijos de los hombres perdonados serán, y las blasfemias
28c
... die zij ook maar gelasterd zullen hebben;
   die zij ook maar   gelasterd zullen hebben;  
28c
... caulesquiera con que blasfemaren;
caulesquiera   blasfemaren;
29a
maar wie dan ook maar gelasterd zal hebben tegen de Heilige Geest, ...
29 maar wie dan ook maar gelasterd zal hebben tegen de Heilige Geest,  
29a
pero cualquiera que blasfeme contra el Espíritu Santo, ...
   pero cualquiera blasfemado ——> habrá contra el Santo Espíritu,
29b
... die heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar is bindend aangeklaagd ...
   die heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar is officieel aangeklaagd  
29b
... no tiene perdón por [los] siglos, sino es obligatoriamente acusado ...
este tiene no perdón por [los] siglos, sino es obligatoriamente acusado
29c
... met [de eis van] eeuwig oordeel.
   met [de eis van] eeuwig oordeel.  
29c
... con [el demando de] eterno juicio.
con [el demando de] eterno juicio.
30a
Want zij zeiden: Hij heeft een onreine geest.
30 Want zij zeiden: Hij heeft een onreine geest.  
30a
Porque decían: Tiene espíritu inmundo.
   Porque ellos decían: Él tiene un inmundo espíritu.
 
Hoofdstuk 3
vers 31-35
Zelfs Zijn moeder en broers wilden de bediening tegenwerken. Capítulo 3
versículo 31-35
Hasta Su madre y Sus hermanos quisieron contrariar el ministerio.
31a
Ook kwamen Zijn broers en Zijn moeder; ...
31 Ook kwamen Zijn broers en Zijn moeder;  
31a
También vinieron Sus hermanos y Su madre, ...
  También vinieron Sus hermanos y Su madre,
31b
... en buiten staande, stuurden zij iemand om Hem te roepen.
   en buiten staande, stuurden zij iemand om Hem te roepen.  
31b
... y quedándose afuera, enviaron a Él, llamándoLe.
y afuera estando, enviaron ellos alguien para Le para llamar.
32a
En de menigte zat om Hem heen; ...
32 En de menigte zat om Hem heen;  
32a
Y la multitud estaba sentada alrededor de Él, ...
  Y la multitud sentaba alrededor Le <——,
32b
... en ze zeiden tegen Hem: Zie, Uw Moeder en Uw broers ...
   en ze zeiden tegen Hem: Zie, Uw Moeder en Uw broers  
32b
... y Le dijeron: He aquí, Tu madre y Tus hermanos ...
y ellos dijeron [a] Le: He aquí Su Madre y Sus hermanos
32c
... buiten zoeken U. ...
   buiten zoeken U.  
32c
... [están] afuera, [y] Te buscan.
afuera buscan Le.
33a
En Hij antwoordde hun [en] zei: Wie zijn Mijn moeder en Mijn broers?
33 En Hij antwoordde hun [en] zei: Wie zijn Mijn moeder en Mijn broers?  
33a
Y Él les respondió diciendo: ¿Quién es Mi madre y Mis hermanos?
  Y Él respondió les [y] dijo: Quiénes son Mi madre y Mis hermanos?
34a
En rondziende naar hen die om Hem heen zaten, zei Hij: ...
34 En rondziende naar hen die om Hem heen zaten, zei Hij:
34a
Y mirando alrededor a los que estaban sentados en derredor de Él,dijo: ...
  Y mirando alrededor a los que derredor Le <—— sentaron, dijo Él:
34b
... Zie, Mijn moeder en Mijn broers.
   Zie, Mijn moeder en Mijn broers.  
34b
...He aquí Mi madre y Mis hermanos.
He aquí Mi madre y Mis hermanos.
35a
Want iedereen die de wil van God doet, ...
35 Want iedereen die de wil van God doet,  
35a
Porque todo aquel que hace la voluntad de Dios, ...
  Porque todo aquel que la voluntad de Dios hace,
35b
..., die is Mijn broer en Mijn zus en Mijn moeder.
   die is Mijn broer en Mijn zus en Mijn moeder.  
35b
... ése es Mi hermano, y Mi hermana, y Mi madre.
ése es Mi hermano, y Mi hermana, y Mi madre.




Footnotes:
  1. versículo 6 - Literalmente dice aquí: "Y saliendo los fariseos, enseguida con los herodianos..." De nuevo es añadido "la synagoga" de versículo 1, porque en Neerlandés suena mejor y mucho más lógico. "En het gebouw [d.i. hier de synagoge] verlatende" Y saliendo del edificio [que aquí es la synagoga [versiculo 1], ...
    ⚬  vers 6 - Letterlijk staat hier: "En uitgaande de Farizeën direct met de Herodianen..." Ik voeg "de synagoge" uit vers 1 weer toe, omdat dit beter en veel logischer klinkt in het Nederlands. En het gebouw [d.i. hier de synagoge [vers 1]] verlatende...
  2. versículo 14 - Nota que "con autoridad" es añadido aquí por que la palabra "enviar" es "αποστέλλω", de cual viene la palabra "απόστολος". "απόστολος" es traducido apóstol. El apóstol en la cultura Griega fue el capitán sobre el primero barco de una flota. Su barco completo también fue llamado apóstol. El tarea del apóstol no quedaba con la navigación de las barcas, mas continua en ser el responsable del impletación de la cultura Griega en el nuevo tereno donde los griecos se establecían.
    ⚬ vers 14 - Merk op dat "met autoriteit" is toegevoegd, want het woord "zenden" is "αποστέλλω", waarvan ook het woord "απόστολος" komt. "απόστολος" wordt vertaald met apostel. De apostel was in de Griekse cultuur de kapitein op het eerste schip van de vloot. Zijn gehele schip werd ook de apostel genoemd. De taak van de apostel bleef niet slechts bij de navigatie van de schepen, maar hield ook in het verantwoordelijk zijn van de implementatie van de Griekse cultuur in het nieuwe terrein, waar de grieken zich verstigden.


  3.   Hoofdstuk  
    terug naar / volver a :